Arnhemse Woningbouwvereniging

Arnhemse Woningbouwvereniging voor Ambtenaren (WBvA) werd als Vereniging in 1920 opgericht. Stedenbouwkundig architect Gerrit Versteeg (1872–1938) ontwierp tussen 1922 en 1924 104 woningen op de Braamberg en 76 huizen op de Geitenkamp voor de Woningbouwvereniging. Sinds 2000 zijn de woningen aan de Braamberg rijksmonumenten en de woningen aan de Schuttersberg een beschermd stadsaanzicht.

Betreft: Regels voor wonen en aanpassen in Sonsbeek Noord

 

Beschermd stadsgezicht

Geachte heer/mevrouw,

U woont in of bezit een woning in Sonsbeek Noord. Dit gebied is aangewezen als
beschermd stadsgezicht. Dat betekent dat we samen zorgen voor het behoud
van het bijzondere uiterlijk en karakter van de wijk.

De gemeente Arnhem heeft hiervoor regels opgesteld in het omgevingsplan.
Deze regels zijn gebaseerd op onderzoek naar de cultuurhistorische waarde van de buurt.
Hieronder leggen wij de belangrijkste punten eenvoudig uit.

Waarom deze regels?

De regels zijn er om het uiterlijk van de wijk te beschermen en te versterken.
Denk aan de stijl van de huizen, de inrichting van straten en het groene karakter van tuinen.

Belangrijkste regels voor bouwen en aanpassingen

Als u iets wilt veranderen aan uw woning of de omgeving, dan gelden hiervoor regels.
De gemeente kan daarbij aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld over:

  • de grootte van gebouwen;
  • erfafscheidingen (zoals hekken en schuttingen);
  • de inrichting van de straat of uw perceel (zoals groen, inritten en speelplekken).

Wanneer heeft u een vergunning nodig?

Voor sommige werkzaamheden moet u vooraf toestemming vragen (een vergunning).
Dit geldt bijvoorbeeld voor:

  • het verwijderen van bepaalde hagen;
  • het kappen van bomen die bijzonder of onderdeel van een laan zijn;
  • het bestraten van voortuinen die groen moeten blijven;
  • het veranderen van de hoogte van uw tuin (ophogen of afgraven).

Kleine werkzaamheden of normaal onderhoud zijn meestal toegestaan zonder vergunning.

Wat is belangrijk om te behouden?

Uw plannen mogen het karakter van de wijk niet aantasten. Daarbij wordt onder andere gekeken naar:

  • het groene karakter van voortuinen;
  • de samenhang van bomen en hagen;
  • de inrichting van tuinen en straten;
  • het algemene straatbeeld.

Vragen of twijfel?

Is het niet helemaal duidelijk wat wel en niet mag, of twijfelt u of u een vergunning nodig heeft?
Neem dan altijd contact op met de gemeente Arnhem, afdeling Erfgoed.
Zij kunnen u hierover verder informeren en adviseren.

Tot slot

Wilt u iets aanpassen aan uw woning of tuin? Controleer dan altijd eerst of u een vergunning nodig heeft
en of uw plan binnen de regels past. Zo zorgen we er samen voor dat Sonsbeek Noord zijn bijzondere uitstraling behoudt.

📄 TOELICHTING Sonsbeekkwartier-Noord

📄 2007-RO-00049

Het beschermd stadsgezicht Sonsbeek Noord heeft een dubbelbestemming ‘beschermd stadsgezicht’.

Deze dubbelbestemming kan je vinden in het omgevingsplan. Bij de aanwijzing is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voor Sonsbeek Noord een redengevende beschrijving gemaakt. De gemeente Arnhem heeft de beschreven waarden vertaald naar de cultuurhistorisch waardenkaart gemaakt die onderdeel is van het omgevingsplan. Beide stukken voeg ik bij. De regels zijn als volgt:

Artikel 2.12 Cultuurhistorische waarden

2.12.1 Bestemmingsomschrijving

Voorzover op de plankaart de bestemming Cultuurhistorische waarden is aangegeven, zijn de gronden naast de overige in dit hoofdstuk gegeven bestemmingen primair bestemd voor het behoud, het herstel en de versterking van de op deze gronden voorkomende architectonische, stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten.

2.12.2 Bouw- en inrichtingsvoorschriften

Op de in 2.12.1 bedoelde gronden gelden voor het bouwen van bouwwerken, en het inrichten van de openbare ruimte naast de daarvoor in deze voorschriften genoemde andere regels, de volgende bepalingen:

  • indien ingetekend op de cultuurhistorische waardenkaart mogen kappen slechts gebouwd worden volgens de aangegeven kapvorm en kaprichting;
  • de op de cultuurhistorische waardenkaart als ”karakteristieke trottoircurve” aangeduidde trottoirranden mogen slechts overeenkomstig deze lijn aangelegd worden.
  • Voorzover gelegen binnen het op de cultuurhistorische waardenkaart aangegeven symmetriegebied zijn veranderingen aan gebouwen of in de openbare ruimte slechts toegestaan indien de symmetrie op hoofdlijnen in stand blijft.
  • Bij strijdigheid tussen deze bepalingen en de bovengenoemde andere bouwvoorschriften hebben de bepalingen onder 1, 2 en 3 voorrang

2.12.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van de instandhouding en versterking van de stedenbouwkundige kwaliteit en cultuurhistorische waarden nadere eisen stellen aan:

  • de afmetingen van hoofd- en bijgebouwen;
  • de kaphelling van daken;
  • de situering en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen;
  • de situering van in- en uitritten, verkeers- en verblijfsvoorzieningen, straatmeubilair, groen- en speelvoorzieningen en nutsvoorzieningen;

2.12.4 Aanlegvergunning

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • Het rooien van hagen voorzover deze met de aanduiding ”haag” zijn aangegeven op de cultuurhistorische waardenkaart;
  • Het kappen of rooien van bomen voorzover deze:
  • behoren tot de op de cultuurhistorische waardenkaart aangegeven laanbeplantin of;
  • op de cultuurhistorische waardenkaart aangegegeven zijn als monumentaleboom.
  • Het verharden van voortuinen voorzover deze op de cultuurhistorische waardenkaart zijn aangeduid als ”groene voortuin”.
  • Het aanbrengen van veranderingen in het maaiveld, zoals het egaliseren, ophogen of afgraven van gronden voorzover deze op de cultuurhistorische waardenkaart zijn aangeduid als ”groene voortuin”.

De in lid 1 vervatte verboden gelden niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud betreffen, zoals het verharden van gronden ten behoeve van opritten naar carports of garages.

Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 1 zijn slechts toegestaan indien door de uitvoering van het werk geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de volgende waarden:

  • bestaande eenheid in laanbeplantingen;
  • bestaande eenheid in groene erfafscheidingen;
  • bestaande terrasgewijze of taludvormige opbouw van tuinen;
  • bestaande groene karakter van voortuinen;
  • bestaande inrichting van het openbaar gebied.